Lager kostenaandeel nieuwe geneesmiddelen

Het kostenaandeel van nieuwe geneesmiddelen is in 2008 teruggelopen tot 2,9%, het laagste percentage van de afgelopen tien jaar. De kosten per voorschrift van recent geïntroduceerde geneesmiddelen liggen met bijna € 200 per voorschrift ruim achtmaal zo hoog als het gemiddelde.

Voor de innoverende geneesmiddelenindustrie zijn succesvolle introducties van nieuwe werkzame stoffen, ook wel aangeduid met NCE (nieuwe chemische entiteit), van cruciaal belang. Nieuwe geneesmiddelen zijn er ook in de vorm van combinatiepreparaten, die formeel wel nieuw zijn, maar feitelijk een nieuwe combinatie van oude bekenden zijn. De SFK kenmerkt hier een geneesmiddel als nieuw indien de werkzame stof of de combinatie van werkzame stoffen vier jaar of korter geleden voor het eerst is geregistreerd bij de Nederlandse (CBG) of de Europese (Emea) registratieautoriteit en als het door de minister op advies van het College voor zorgverzekeringen is opgenomen in het basispakket.

Minder uit de pijplijn
In 2008 verstrekten de openbare apotheken voor ruim € 3,8 miljard aan pakketgeneesmiddelen, waarvan € 110 miljoen betrekking heeft op nieuwkomers die vanaf 2005 zijn geïntroduceerd. Het aandeel van deze nieuwe geneesmiddelen in de totale geneesmiddelenkosten bedraagt daarmee 2,9%. Dit is het laagste percentage van de afgelopen 10 jaar. Eind jaren negentig namen nieuwe geneesmiddelen nog zo’n 9-10% voor hun rekening. Na de millenniumwisseling daalde het kostenaandeel van de nieuwe geneesmiddelen tot even boven 6%.

Millionsellers
Van de geneesmiddelen die vanaf 2005 zijn geïntroduceerd, haalden in 2008 bijna een op de drie een omzet van meer dan € 1 miljoen. Doorgaans is dit een indicator voor een succesvolle introductie, maar het duurt meestal vijf tot zes jaar voordat de structurele marktpositie van een nieuw geneesmiddel zich definitief aftekent.
Het geneesmiddel met het grootste omzetaandeel van de recent geïntroduceerde geneesmiddelen is de combinatie tenofovir + emtricitabine (Truvada). In 2008 bedroegen de geneesmiddelenkosten van dit hiv-middel € 22,7 miljoen. Als afzonderlijke stof is emtricitabine sinds 2003 en tenofovir sinds 2001 internationaal op de markt. De vaste combinatie van deze stoffen is sinds 2006 op recept verkrijgbaar.

Sinds juni 2008 is ook de in 2007 geregistreerde combinatie emtricitabine + tenofovir + efavirenz op de markt, onder de naam Atripla. Deze combinatie haalde dat eerste halfjaar al direct een omzet van € 8,2 miljoen. Gemeten naar de omzet in 2008 is Atripla de op drie na meest succesvolle introductie.
De tweede plaats is voor lenalidomide (Revlimid). Lenalidomide wordt toegepast bij de ziekte van Kahler en is voor deze toepassing in december 2007 in het wettelijk verzekerde pakket opgenomen.
Volgens de geregistreerde indicatie wordt lenalidomide uitsluitend gelijktijdig met dexamethason toegepast. De geneesmiddelenkosten van lenalidomide kwamen in 2008 uit op € 12,7 miljoen. Het grootse deel van deze omzet loopt niet via reguliere apotheken. De fabrikant levert dit middel selectief aan een landelijk werkende leverancier, die in de meeste gevallen ook de distributie naar de patiënt verzorgt.

Hoge prijs
Het ontwikkelen van een geneesmiddel is een kostbare aangelegenheid. Nieuwe geneesmiddelen hebben doorgaans een hoge prijs.
De kosten per voorschrift van nieuwe geneesmiddelen liggen in 2008 met gemiddeld € 196 per voorgeschreven middel ruim achtmaal zo hoog als de gemiddelde prijs van alle receptgeneesmiddelen. Bij twaalf van de achttien recent geïntroduceerde millionsellers liggen de genees middelenkosten per voorschrift boven € 500.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.