Verhoogd risico op kaakbotnecrose bij gebruik van intraveneuze bisfosfonaten

Er bestaat een licht verhoogd risico op kaakbotnecrose (afsterven van botweefsel in de kaak) bij patiënten die bisfosfonaten gebruiken.

Dit blijkt uit een beoordeling die is uitgevoerd door het wetenschappelijke Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europese bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (EMEA), waarin het CBG is vertegenwoordigd.

Het risico op kaakbotnecrose is over het algemeen laag, maar het is hoger bij patiënten die aan kanker lijden en behandeld worden met intraveneuze bisfosfonaten (toediening via een ader). Het risico is lager bij patiënten die orale bisfosfonaten (tabletvorm) gebruiken en bij andere indicaties, zoals osteoporose (botontkalking).

Bisfosfonaten zijn geneesmiddelen die worden gebruikt om de gevolgen van botaandoeningen te behandelen. Voorschrijvers dienen patiënten met kanker te adviseren naar hun tandarts te gaan voor een gebitscontrole voordat zij een behandeling met bisfosfonaten starten. Bij andere indicaties dienen voorschrijvers te adviseren dat patiënten hun tandarts bezoeken als hun gebit in slechte staat is.

Er komt aanvullend onderzoek om de risicofactoren en de maatregelen die nodig zijn om het verhoogde risico op kaakbotnecrose terug te dringen, beter in kaart te kunnen brengen. Het CBG is van mening dat de klinische baten-risico balans van bisfosfonaten nog steeds positief is. Patiënten die vragen hebben of zich zorgen maken, kunnen zich het beste wenden tot hun arts.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.