Veel big six bij ouderen

Nederlandse apotheken verstrekten in 2008 72 miljoen keer een geneesmiddel voor een bigsixaandoening, dat is 46% van het totale aantal verstrekkingen. Bij de groep 65plussers is dit aandeel 56%. Opvallend is de sterke stijging sinds begin 2000 van het gebruik van middelen bij dementie door 65plussers.

De ‘big six’ zijn de zes belangrijkste onder de chronische aandoeningen, waarvoor de meeste zorg wordt verleend: diabetes, cardiovasculaire aandoeningen (inclusief risicomanagement), astma/COPD, psychosociale aandoeningen (in het bijzonder depressiviteit en dementie), reumatische aandoeningen en kanker. Omdat de SFK niet beschikt over de reden van voorschrijven, is op basis van de door de WHO vastgestelde ATC–classificatie een selectie gemaakt van de geneesmiddelen waarvan kan worden aangenomen dat patiënten ze voor deze aandoeningen gebruiken. De indeling is naar eigen inzicht gemaakt; bovendien worden geneesmiddelen uit deze groepen ook bij niet chronische aandoeningen toegepast.

Verstrekkingen
In 2008 verstrekten de Nederlandse apothekers 157 miljoen keer een receptgeneesmiddel. Daarvan behoorde iets minder dan de helft (46%) tot de geneesmiddelen die worden toegepast bij de zes belangrijkste chronische aandoeningen. Dit aandeel lag bij ouderen boven 65 jaar met 56% iets hoger, terwijl bij de jongere populatie (<65 jaar) dit aandeel 37% was. Per persoon
Met 13,8 verstrekkingen per 65–plusser maken de geneesmiddelen bij cardiovasculaire aandoeningen driekwart uit van de 18,4 verstrekkingen aan big six gerelateerde geneesmiddelen. Bij personen onder 65 jaar is dit met 6,5 van de 13,6 verstrekkingen bijna de helft. Bij ouderen komt de diabetesmedicatie met 1,7 verstrekkingen per 65–plusser op de tweede plaats, terwijl deze bij de jongere populatie met 1,1 verstrekkingen de vijfde positie inneemt. Daarentegen worden zowel astma– en COPD–middelen als middelen voor psychosociale aandoeningen circa tweemaal zo vaak verstrekt aan een jongere dan aan een 65–plusser. Reumamiddelen worden zelfs driemaal zo vaak verstrekt aan iemand in de jongere leeftijdsgroep, maar deze groep middelen dient ook vaak een niet–chronische aandoening.

Vaakst verstrekt
De enkelvoudige dermatica met uitsluitend triamcinolonacetonide zijn in 2008 het vaakst verstrekt; bijna 750.000 keer. Daarna volgt dus de combinatie hydrocortisonacetaat + miconazolnitraat met ruim 650.000 verstrekkingen.
Derde is het enkelvoudig toegepaste hydrocortisonacetaat (ruim 500.000 keer). Op de vierde plaats komt betamethason uit klasse 3 (425.000 keer), gevolgd door clobetasol uit klasse 4 (325.000 verstrekkingen). In bovenstaande cijfers zijn de dermatica met corticosteroïden die zijn bereid volgens een lokaal of regionaal protocol niet opgenomen.

Trend
Indien wordt gekeken naar het aantal DDD‘ s (standaard dagdoseringen) dat 65–plussers aan big–six–medicatie krijgen, is in de periode van 2000 tot en met 2008 een gemiddelde jaarlijkse stijging van 5,7% waarneembaar, van 1,3 miljard DDD‘ s tot ruim 2 miljard DDD‘ s in 2008. Dit laatste komt neer op ruim 850 DDD‘ s per 65–plusser. De stijging is gedeeltelijk te verklaren door de vergrijzing van de bevolking. Niet elke groep geneesmiddelen binnen de big six kende een stijging; zo nam het aantal DDD‘ s aan ouderen bij de medicatie voor astma/COPD en reuma licht af met gemiddeld 1% respectievelijk 1,5% per jaar. Opvallend is de relatief grote stijging over die periode van het verstrekte aantal DDD‘ s in de groep van de geneesmiddelen bij psychosociale aandoeningen. Dit komt vooral door een gemiddelde jaarlijkse toename van bijna 30% bij de middelen bij dementie. Voor antidepressiva geldt een gemiddelde jaarlijkse stijging van 7,5%, een sterkere stijging dan bij jongeren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *