Vanaf april weer lagere geneesmiddelprijzen

De Wet Geneesmiddelenprijzen is al twintig jaar het belangrijkste prijsbeheersingsinstrument van de overheid. Nieuwe wettelijke maximumprijzen leiden in april tot een daling van het prijspeil van receptgeneesmiddelen met 0,7%. Dit meldt de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad.

De prijzen van receptgeneesmiddelen in het basispakket zijn per 1 april van dit jaar met gemiddeld 0,7% gedaald ten opzichte van de maand daarvoor. De daling is het gevolg van de nieuwe maximumprijzen die de minister van VWS op grond van de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP) heeft vastgesteld. Deze wet bepaalt dat de prijs die leveranciers voor een geneesmiddel mogen vragen, niet hoger mag zijn dan een maximum dat gebaseerd is op de gemiddelde prijs van hetzelfde geneesmiddel in België, Duitsland, Frankrijk en Groot–Brittannië. De minister stelt deze maximumprijzen jaarlijks in april en oktober vast. Prijsdalingen bij colecalciferol (Vitamine D3), inhalatiepreparaten met salmeterol en “uticason (Seretide) en insuline glargine (Lantus) hadden in april de grootste impact op het lagere prijspeil van geneesmiddelen.

prijsindexcijfer receptgeneesmiddelen

Figuur: prijsindexcijfer receptgeneesmiddelen (jan 1996 = 100)

Twintig jaar prijzenwet
In juni 2016 bestaat de prijzenwet twintig jaar. In die jaren zijn de prijzen van geneesmiddelen gemiddeld met bijna 60% gedaald. Hiervan werd het grootste deel in het afgelopen decennium gerealiseerd. In die tien jaar daalden de medicijnprijzen gemiddeld met bijna 40%. Ruim de helft van deze prijsdalingen is het directe gevolg van de WGP. Daarmee is de WGP het belangrijkste instrument van de overheid om de geneesmiddelenuitgaven te beperken. Alleen in 2015 had de relatief ongunstige koers van de euro ten opzichte van het Britse pond een dempend effect op de prijsdalingen. Soms leidde dit tot hogere maximumprijzen, hetgeen voor een aantal fabrikanten de aanzet was om prijsverhogingen door te voeren.

De minister stelt niet voor elk geneesmiddel een maximumprijs vast. Op dit moment gelden maximumprijzen voor receptgeneesmiddelen die samen 63% van de materiaalkosten in de openbare apotheek uitmaken. Voor ruim drie kwart van deze kosten geldt dat het verschil tussen de inkoopprijs en de maximumprijs minder dan 1% bedraagt, waarmee de WGP een direct drukkend effect op de prijs uitoefent. Voor de geneesmiddelen die 24% van de kosten uitmaken, heeft de overheid geen maximumprijs vastgesteld, maar is wel een vergoedingslimiet van kracht die over het algemeen ook een drukkend effect heeft op de prijs. Als fabrikanten hun producten hoger prijzen dan deze vergoedingslimiet, moeten verzekerden het prijsverschil zelf betalen. Soms treft de fabrikant hiervoor een compensatieregeling.

Voor de overige 13% aan geneesmiddelenkosten geldt noch een maximumprijs noch een vergoedingslimiet. Ondanks het ontbreken van een wettelijk prijsplafond is het aantal geneesmiddelen met een prijsverhoging relatief beperkt. Broxil en het in Nederland niet-geregistreerde Parnate zijn hiervan recente voorbeelden. Mogelijk hebben de lage geneesmiddelenprijzen in Nederland wel een weerslag op leverbaarheid en beschikbaarheid van medicijnen. Apothekers merken hiervan dagelijks de gevolgen.

Stichting Farmaceutische Kengetallen
Author: Stichting Farmaceutische Kengetallen

De Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) verzamelt en analyseert gegevens over het geneesmiddelengebruik in Nederland. De SFK beschikt over de meest omvangrijke, meest gedetailleerde gegevensverzameling op dit gebied in Nederland. De gegevensverzameling komt tot stand met behulp van meer dan 95% van de openbare apotheken in Nederland en omvat de gebruikscijfers van 15,3 miljoen personen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *