Van der Hoeven: “Laat samenleving zien waar je mee bezig bent”

Minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, roept bedrijven in de farmaceutische sector op zichzelf beter op de kaart te zetten en trots te zijn op wat ze doen. Dat doet zij in het aprilnummer van Nefarma&.

Volgens Van der Hoeven ontbreekt het de sector niet aan innovatieve kracht. Toch moet het de samenleving beter laten zien waar men mee bezig is. “Ik mis de open innovatie. Vooral in het precompetatieve stuk zijn bedrijven nog teveel gericht op het eigen marktaandeel”, aldus Van der Hoeven. Zij bepleit: “Niet de overheid, maar de sector zelf moet het initiatief nemen tot een scherpe afbakening te komen van het begrip innovatie. Dit kan bijvoorbeeld binnen het Top Insitituut Pharma.”

Farmabedrijven investeren gemiddeld 15 procent van de omzet in onderzoek en ontwikkeling. En meer dan 10 procent van alle uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in Nederland wordt gedragen door de farmaceutische industrie. De overheid ziet life sciences en health als kansrijk economisch cluster waarin Nederland internationaal kan uitblinken. Toch behoort de branche niet tot de zes sleutelgebieden waarin ons land zich in de ogen van het Innovatieplatform kan meten met de wereldtop. Wat moet de sector doen om wel tot de sleutelgebieden gerekend te worden? Van der Hoeven: ”Jezelf beter op de kaart zetten, beseffen dat je onderdeel uitmaakt van een groter terrein, net als de kleinere biotechbedrijven.” Van der Hoeven geeft verder aan dat ze als minister graag de kleine, jonge bedrijven ondersteund ziet. “Zo komen we tot een brede samenhangende kennis in de zorg: dat moet onze magneet worden die internationale bedrijvigheid aantrekt.”

Ondanks de economische crisis en de aangekondigde fusies tussen farmaceutische bedrijven, blijft Van der Hoeven positief. Volgens haar breiden grote bedrijven niet voor niets uit in Nederland. Kennis en innovatie staan hier hoog op de agenda. Nederland moet er wel voor blijven zorgen dat de vestigingsvoorwaarden aantrekkelijk blijven. Samen met haar collega-minister van Onderwijs presenteert Van der Hoeven op zeer korte temijn een regeling om braindrain bij bedrijven te voorkomen door hoogopgeleide kenniswerkers tijdelijk bij universiteiten te plaatsen. “Ik reken er op dat dit soort maatregelen internationaal aanspreken en ons land kunnen helpen op het moment dat bedrijven moeten kiezen tussen verschillende vestigingsplaatsen”, besluit Van der Hoeven haar verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.