Rijden onder invloed

Openbare apotheken leverden in 2008 31 miljoen keer een geneesmiddel dat de rijvaardigheid beïnvloedt. In de helft van de gevallen betrof het een middel met een ernstige invloed, vooral slaap- en kalmeringsmiddelen. Van de volwassen Nederlanders heeft 19% minstens eenmaal een dergelijk geneesmiddel ontvangen.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat bepaalde geneesmiddelen een negatieve invloed op de rijvaardigheid kunnen hebben. Dat gaat voornamelijk op voor middelen die een dempende of stimulerende werking op het centraal zenuwstelsel hebben, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen), antidepressiva, antipsychotica en middelen tegen epilepsie. Maar ook geneesmiddelen die als bijwerking wazig zien, ernstige duizelingen of plotselinge slaapaanvallen hebben, kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden. In Nederland heeft het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp) van de KNMP alle potentieel rijgevaarlijke geneesmiddelen ingedeeld in drie categorieën.

Categorieën
De rijgevaarlijke geneesmiddelen zijn ingedeeld in drie categorieën op basis van het (acute) effect dat zij kunnen hebben bij het eerste gebruik ervan. Dit effect wordt bepaald in een standaardrijtest, waarin wordt gemeten wat het slingergedrag is van een automobilist na inname van het geneesmiddel. Hierbij is uitgegaan van een normale, therapeutische dosering voor volwassenen bij de hoofdindicatie. Nog niet alle geneesmiddelen zijn geclassificeerd, maar naar verwachting zullen de meeste daarvan in categorie I vallen.

* Categorie I
Weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van <0,5 g/l (<0,5‰). * Categorie II
Licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van 0,5 tot 0,8 g/l (0,5–0,8‰).
* Categorie III
Ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van >0,8 g/l (>0,8‰).

Het afgelopen jaar zijn in Nederland 227 verschillende geneesmiddelen verstrekt die een aanduiding hebben dat ze van invloed zijn op de rijvaardigheid. Hiervan vallen 46 middelen in categorie III, 75 in categorie II en 12 in categorie I. 94 geneesmiddelen zijn nog niet ingedeeld in een categorie.

Top 10
Het aantal afleveringen van rijgevaarlijke geneesmiddelen in 2008 kwam uit op 31 miljoen. Hiervan betrof de helft geneesmiddelen met een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed (klasse III). Bijna 30% van de voorschriften bevatte een medicijn dat in categorie II viel, en de overige 20% behoorde tot categorie I of had nog geen indeling. In de top 10 van meest gebruikte geneesmiddelen met een effect op de rijvaardigheid nemen het kalmeringsmiddel oxazepam en het slaapmiddel temazepam de hoogste posities in, gevolgd door codeïne en het antidepressivum paroxetine.

19% krijgt klasse III
De SFK heeft onderzocht hoeveel personen van 18 jaar of ouder in 2008 via de apotheek een geneesmiddel hebben gekregen dat behoorde tot categorie III. Van de 12 miljoen volwassen Nederlanders die geneesmiddelen via de openbare apotheken betrekken, hebben 2,3 miljoen mensen (19%) minstens eenmaal een medicijn gekregen dat een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid heeft. De SFK beschikt niet over informatie of deze personen daadwerkelijk een voertuig bestuurden gedurende de periode dat het medicijn invloed op het rijgedrag kan hebben.

Aanscherping rijgeschiktheid bij epilepsie
In december 2008 zijn de wettelijke richtlijnen voor rijgeschiktheid aangepast, met grote consequenties voor mensen met epilepsie. In de nieuwe regeling worden mensen die bepaalde medicijnen tegen epilepsie gebruiken en hun rijbewijs willen vernieuwen, geconfronteerd met de intrekking van hun rijbevoegdheid. Verondersteld wordt dat een aantal middelen tegen epilepsie de rijvaardigheid negatief beïnvloedt. Hier wordt tegenin gebracht dat er geen onderzoek is waaruit dit bij langdurig gebruik blijkt. Epilepsievereningen adviseren minister van Verkeer en Waterstaat om de regeling ongedaan te maken in afwachting van resultaten van onderzoek naar de effecten van langdurig gebruik van deze medicijnen op de rijgeschiktheid. Uit SFK-cijfers blijkt dat de betreffende anti-epileptica, fenobarbital, fenytoïne, primidon en carbamazepine, in de eerste helft van 2008 zijn gebruikt door zo’n 66.000 personen. KNMP/WINAp heeft op 1 april de adviezen van de Contra-indicatie Verkeersdeelname voor deze vier geneesmiddelen aangepast, in hoofdzaak niet autorijden tot 1 jaar na start van de therapie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *