Nederland moet vechten voor farma-innovatie

Nederland heeft alles in zich om een rol van betekenis te spelen op het gebied van innovatie in de farmaceutische sector. Maar dan moet wel een klimaat geschapen worden waarin het voor bedrijven aantrekkelijk blijft om hier te investeren. En daaraan mankeert het nog wel eens, concludeerden de sprekers woensdag 3 juni tijdens Nefarma’s Glazen Zaal Debat.

– Klik hier voor een beeldverslag van het zesde Glazen Zaal Debat –

Ongeveer honderd belangstellenden waren gistermiddag naar de Glazen Zaal in Den Haag gekomen om samen met inleiders Hans Hillen (Eerste Kamerlid voor het CDA), Piet Borst (staflid van het Nederlands Kanker Instituut en lid van het Innovatieplatform) en Chirfi Guindo (directeur van MSD Nederland) te discussiëren over farmaceutische innovatie. Het debat stond onder leiding van journalist Charles Groenhuijsen, die in een korte introductie de Nederlandse ‘zesjescultuur’ als onvoldoende betitelde voor een land dat zich als kennisland op de wereldkaart wil zetten.

In een vooraf gehouden quick scan over het onderwerp ‘farma & innovatie’ concludeerden de deelnemers dat het weer op gang brengen van de innovatiestroom de absolute topprioriteit is voor de farma-industrie. Maar dat lukt niet meer op de ‘oude’ manier; wie innovatie vandaag de dag nog definieert als ‘ontwikkeling van nieuwe moleculen’ is niet meer van deze tijd. Tal van nieuwe vindingen, zoals verbeterde toedieningsvormen en stappen richting gepersonaliseerde medicatie, zullen de effectiviteit van bestaande geneesmiddelen sterk verhogen. Dat doen farmaceutische bedrijven steeds minder geïsoleerd; innovatie in de gezondheidszorg is in toenemende mate een multidisciplinaire activiteit.

De vraag luidt dan: wat heeft Nederland te bieden om die activiteit zoveel mogelijk hier plaats te laten vinden? Want, waarschuwde Chirfi Guindo de toehoorders, “bedrijven stellen zich, zeker in deze tijden, voortdurend de vraag waar ze het best kunnen investeren. En op dit moment scoort Nederland dan gewoon niet goed genoeg.” De perfecte kennisinfrastructuur pleit vóór Nederland, aldus de in Mali geboren directeur van MSD Nederland, maar inefficiënte goedkeurings- en vergoedingsprocessen staan een goed ondernemingsklimaat in de weg. “Het duurt te lang voordat er goedkeuring is voor klinisch onderzoek met nieuwe geneesmiddelen, innovatieve medicijnen komen in een veel te traag tempo bij de Nederlandse patiënt terecht en er is een groot tekort aan promovendi op het gebied van life sciences & health”, somde Guindo de drie belangrijkste barrières op. Dat Nederland voor wat betreft de private investeringen in research & development beduidend slechter scoort dan landen als Zwitserland, Denemarken, Zweden en ook België, noemde de MSD-directeur onbegrijpelijk.

Hans Hillen, die nadrukkelijk stelde op persoonlijke titel te spreken en niet namens zijn christen-democratische senaatsfractie, meende dat innovatie pas tot stand komt als de zorg als een echte bedrijfstak wordt beschouwd en niet functioneert als staatsgeleide sector. “Mij bekruipt steeds meer het gevoel dat de beleidsmakers en de politiek er geen enkel vertrouwen in hebben dat volwassen mensen in dit land zelf in staat zijn om verstandige keuzes te maken en goede beslissingen te nemen.” Het pleidooi van Hillen richtte zich daarmee vooral op deregulering; zolang bestuurders de sector blijven belasten met een veelheid aan regels, komt er van innovatie weinig terecht, voorspelde hij. “De hand van de overheid is veel en veel te groot en de bedrijfstak zelf stelt zich te conservatief op.”

Ook Piet Borst had een opdracht aan de overheid: minder panisch reageren op kostenstijgingen in de gezondheidszorg. Met andere woorden: kijk niet alleen naar de uitgaven maar neem in de beschouwingen ook mee wat geneesmiddeleninnovatie oplevert. “Met haar houding stelt de overheid zich bepaald niet op als ‘launching customer’ en dat bemoeilijkt de introductie van dure innovatieve geneesmiddelen.” Ook de industrie moet zich meer laten horen, vond Borst, en mét de academische wereld het belang van fundamenteel onderzoek onderstrepen. Dat de overheid daarop beknibbelt, keurde hij hartgrondig af.

Daarmee wist hij (een groot deel van) de zaal voor zich te winnen. Want als er al ergens consensus over bestond, dan was dat over de constatering dat Nederland slechts via sterke samenwerkingsverbanden tussen industrie, overheid en wetenschap enige kans maakt om zich als farmaceutisch innovatieland staande te houden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *