GLP-1-agonisten versus insuline

By | 17/08/2016

Bij diabetespatiënten die al metformine en een sulfonylureumderivaat (SU-derivaat) gebruiken, leidt het toevoegen van een glucagon-like peptide 1-agonist (GLP-1-agonist) tot minder cardiovasculaire incidenten dan insuline. Dat is de conclusie uit een observationeel onderzoek bij patiënten uit het Verenigd Koninkrijk.

Methode
De onderzoekers voerden een retrospectieve cohortstudie uit. De gegevens waren afkomstig uit een database met gegevens van patiënten uit de eerstelijnszorg in het Verenigd Koninkrijk. Alle geïncludeerde patiënten hadden diabetes mellitus type 2 (DM2) en gebruikten metformine en een SU-derivaat. De behandeling werd geïntensiveerd met insuline of een glucagon-like peptide 1-agonist (GLP-1-agonist). Het gecombineerde primaire eindpunt bestond uit niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte en sterfte door alle oorzaken.

Resultaten
De onderzoekers includeerden de gegevens van 2.003 patiënten: 419 met een GLP-1-agonist en 1.584 met insuline. Er waren relatief grote verschillen op baseline tussen beide groepen, de placebogroep was gemiddeld 53,8 jaar met een HbA1c van 9,9% (85 mmol/mol) en een Body Mass Index (BMI) van 29,8 kg/m2. De groep met GLP-1-agonisten was gemiddeld 49,6 jaar, met een HbA1c van 9,4% (79 mmol/mol) en een BMI van 39,6 kg/m2.

De onderzoekers voerden een matching uit om te corrigeren voor de verschillen op baseline. De mediane follow-up was 3,74 jaar, maar de follow-up tussen beide groepen verschilde sterk (placebo 5,19 jaar versus 1,42 jaar bij GLP-1-agonisten). Het risico op het primaire eindpunt was 7,7/1.000 persoonsjaren bij GLP-1-agonisten, versus 44,5/1.000 persoonsjaren bij insuline (hazard ratio (HR) = 0,27; 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) = 0,14 tot 0,53; p<0,0001). Er was geen significant verschil in HbA1c-verlaging. De patiënten met insuline hadden meer gewichtstoename dan de patiënten met een GLP-1-agonist (+1,19 kg versus -3,35 kg; p<0,0001).

Discussie
De auteurs geven aan dat GLP-1-agonisten veiliger lijken op cardiovasculair gebied dan insuline. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het gunstige effect op lichaamsgewicht en de geringe kans op hypoglykemieën bij GLP-1-agonisten. Een beperking van de studie vormt de observationele opzet, waardoor deze gevoelig is voor bias en confounding. De groep patiënten met GLP-1-agonisten was veel kleiner dan de groep met insuline en er waren grote verschillen tussen beide groepen op baseline. Een andere beperking was dat er problemen waren ontstaan met het registreren van HbA1c en lichaamsgewicht. Verder is niet gecorrigeerd voor de gebruikte dosis van het geneesmiddel en de duur van de diabetes.

Belang voor de praktijk
De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013) adviseert insuline toe te voegen bij patiënten met DM2 die onvoldoende glykemische controle hebben met metformine en een SU-derivaat. GLP-1-agonisten hebben geen directe plaats in het stappenplan, onder andere vanwege onbekende langetermijneffecten. Deze studie suggereert dat GLP-1-agonisten een gunstiger cardiovasculair profiel hebben dan insuline. Een belangrijke beperking vormt echter de observationele opzet, de grote verschillen op baseline (hoewel hiervoor gecorrigeerd is) en de verschillen in follow-up. Ook is er niets bekend over comedicatie die mogelijk invloed heeft gehad op de cardiovasculaire uitkomsten. Daarnaast is er vergeleken met allerlei typen insuline en niet alleen met het voorkeursinsuline uit de NHG-Standaard (NPH-insuline). Voor definitieve conclusies zijn gerandomiseerde klinische studies noodzakelijk, waarbij naar de cardiovasculaire veiligheid bij patiënten met een langere duur van diabetes en een hoger cardiovasculair risico wordt gekeken.

Mogelijke belangenverstrengeling
Geen.

Bron
Anyanwagu U et al. Cardiovascular events and all-cause mortality with insulin versus glucagon-like peptide-1 analogue in type 2 diabetes. Heart. 2016 May 23.

MedicijnBalans
Author: MedicijnBalans

Voor nieuwe, op de markt toegelaten geneesmiddelen bestaan nog geen richtlijnen. Artsen ontvangen daarentegen wel al veel informatie van de registratiehouders van het nieuwe geneesmiddel. Dat maakt het lastig om te bepalen of een nieuw, vaak duur geneesmiddel voor de patiënt een meerwaarde heeft ten opzichte van de bestaande middelen. Met het programma MedicijnBalans wil het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) de discussie over de meerwaarde van deze middelen voeren. MedicijnBalans biedt daarom feitelijke en actuele informatie en een interactief discussieplatform over nieuwe geneesmiddelen voor zorgprofessionals. Het doel: artsen helpen een onderbouwde keuze te maken voor een nieuw geneesmiddel en hen stimuleren deze middelen doelmatig voor te schrijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *