Financiële consequenties voor de apotheek door het sluiten van overeenkomsten met zorgverzekeraars

Welke gevolgen hebben overeenkomsten met zorgverzekeraars voor apothekers?
Ed Brouwer van B+P Belastingadviseurs uit De Bilt heeft een duidelijk visie op dit onderwerp.

Op dit moment wordt actief discussie gevoerd over de keuzes die gemaakt moeten worden over de te sluiten overeenkomsten met zorgverzekeraars per 1 januari 2010.

De discussie spitst zich toe op 3 mogelijkheden:

– uitbereiding van het preferentiebeleid;
– het pakjesmodel (IDEA);
– géén overeenkomst (of betaalovereenkomst).

Ten aanzien van uitbreiding van het preferentiebeleid is al duidelijk dat de aanwijzingen van on-der meer Menzis leiden tot een extra-kostenpost voor de gemiddelde apotheek in Nederland van ca € 40.000. Behalve dat dit financieel nauwelijks te dragen is voor de apotheek (zie ook de be-schikbare ‘veiligheidsmarge’ van € 38.000 volgens het NZa-rapport) wordt daarnaast de situatie in de apotheek nog meer onwerkbaar.

Het IDEA-model (van Achmea/Agis) wordt dezer dagen actief aangeraden door onder meer groothandel Mosadex.

Tijdens deze roadshow wordt onderstaande vergelijking gemaakt:

Huidige situatie IDEA Preferentie
Basisvergoeding € 3,45 € 2,40 € 2,60
Aanvulling DDD € 0,03
Claw-back € 0,32 € 0,32
Effect maximale receptregel € 0,66
Mosadex synchroon module € 0,05
Optionele kwaliteit € 0,30 € 0,30
Mandaatvergoeding generiek € 0,05
€ 3,45 € 3,81 € 3,2



Optisch ziet het IDEA-model er het meest aantrekkelijk uit.
Bij de uitkomst moeten echter een aantal kanttekeningen geplaatst worden:

– het toepassen van het voorliggende IDEA-model (basisvergoeding € 2,40) pakt grofweg voor 50% van de apotheken positief uit en voor 50% van de apotheken negatief;
– gemiddeld komt er per pakje een negatief bedrag uit van € 0,22. Er zijn zelfs extreme uitkom-sten van negatief € 2,40 per pakje (bron SFK);
– het effect van het aanvullende preferentiebeleid (zie hiervoor) van ± € 40.000 is aangemeld bij de NZa als kostenpost die in 2010 voor de apotheek gecompenseerd moet worden. Het is zeker niet uitgesloten dat er een compensatie plaats vindt door het (opnieuw) opschorten van de claw-back. In het IDEA-model is de claw-back reeds vervallen. Eventuele opschorting levert dan niets meer op;

– ook de ruimte in de maximale receptregel (€ 0,661) is in het IDEA-model al benut. Er is dus géén ruimte meer om de maximale vergoeding te verwerven door het leveren van kwaliteit;
– in de IDEA-overeenkomst 2010-2011 (verspreid op 27 oktober jl.) is in artikel 7.2 de moge-lijkheid opgenomen om van de overeengekomen prijs af te wijken. De tekst luidt:

7.2 Voorts heeft Achmea/Agis het recht de IDEA-overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden tussentijds te beëindigen indien de gemiddelde farmaciekosten per verzekerde gedurende een periode van 3 aaneengesloten maanden gemiddeld meer dan 3% in het nadeel van Achmea/Agis afwijken van het Nederlands gemiddelde. De meetperioden zullen opvolgende perioden van 3 maanden zijn. De gemiddelde farmaciekosten per verzekerde in Nederland worden gedefinieerd en toegelicht in bijlage 2. Etc……

– Let op dat Achmea/Agis alleen van de overeenkomst wil afwijken als er nadeel optreedt voor de zorgverzekeraar. Als er nadeel optreedt voor de apotheek is er kennelijk niets aan de hand;
– Er loopt nog een discussie of de IDEA-overeenkomst o.b.v. de richtlijnen van de NZa juridisch toepasbaar is;
– Op 18 november wordt op ApothekersNieuws melding gemaakt van het feit dat Sandoz de grote winnaar in recente aanbestedingen is. Dit zou leiden tot een verdere besparing van € 26 miljoen (per apotheek € 13.000). Geeft deze uitkomst al direct aanleiding tot aanpassing van € 2,40 in het IDEA-model?

Het is niet de bedoeling de IDEA-overeenkomst uitputtend te behandelen, maar meer om een aantal aspecten te signaleren die in 2010 direct financiële consequenties kunnen hebben voor de apotheek.

Blijft over om te kiezen voor het niet aangaan van een overeenkomst. Dit zou er toe kunnen leiden dat de patiënten vanaf 1 januari 2010 contant moeten afrekenen. Enkele zorgverzekeraars hebben er al mee gedreigd om in een dergelijke situatie te kiezen voor alternatieve distributie van de geneesmiddelen. Het is de vraag of er op dit moment gezwicht moet worden voor chantage. De bedragen die de apotheek heeft ingeleverd en nog moet inleveren zijn dermate hoog dat vele apo-theken in de financiële problemen komen.

Resumerend kom ik tot de conclusie dat op dit moment kiezen voor uitbreiding van het preferen-tiebeleid of het IDEA-model tot onverantwoorde financiële risico’s leidt. Het IDEA-model lijkt interessant voor de zorgverzekeraars en (mogelijk) de groothandel. De apotheek moet er voor waken om niet te betalen beslissingen te nemen. Om een juiste afweging voor de apotheek te kunnen maken is minimaal de hoogte van het WMG-tarief 2010 nodig en inzicht in de eventuele compensatie van de effecten van het uitgebreide preferentiebeleid.

Auteur: Ed Brouwer
Bedrijf: B+P Belastingadviseurs

© ApothekersNieuws 2009, op dit artikel rust copyright.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.