Column: Wie fraudeert er nu eigenlijk?

Groot was de ophef toen UVIT begin mei bij monde van Jan Broeren meldde dat driekwart van de apothekers fraudeerde bij het indienen van declaraties. Met name de kwaliteitskrant Trouw, bekend van de altijd farma-kritsche Joop Bouma, was er als de kippen bij om de beroepsgroep aan de schandpaal te nagelen. Het moment was nogal ongelukkig gekozen, er was juist een commissie in het leven geroepen om het vertrouwen tussen de apothekers en de verzekeraars te herstellen, maar dat weerhield UVIT er niet van communicatie via de pers te verkiezen boven een brief aan de beroepsgroep. Er kwamen natuurlijk meteen felle reacties van zowel apothekers als anderen.

Het resultaat was dat de kwalificatie fraude al heel snel van tafel verdween, maar de beschuldiging van onjuist declareren bleef fier overeind. Bovendien staat de nuancering altijd op pagina zeven onderaan in de krant en de oorspronkelijke beschuldiging op de voorpagina.Je vraagt je dan wel af hoe een verzekeraar zo snel zo duidelijk een dergelijke beschuldiging durft te uiten in de pers. Aan de declaraties kan men het moeilijk gezien hebben, daar zit geen foto bij van de afgeleverde doosjes. Wellicht een belrondje langs patiënten gemaakt? Ook niet zo waarschijnlijk want dat levert alleen maar informatie op uit de tweede hand en daar kun je een dergelijk zware beschuldiging toch moeilijk op baseren.

Maar eens bellen met Uvit dan. Wat blijkt: ook ik blijk tot de schuldigen te behoren! En hoe men dat weet? Ik heb preferente middelen gedeclareerd die helemaal niet leverbaar waren! Voor maar liefst een paar honderd euro aan declaraties blijkt er verkeerd te zijn ingevoerd. De assistente werd geconfronteerd met niet leverbaar zijn van preferente middelen en heeft de keuze gemaakt om de patiënt niet weg te sturen maar voort te helpen met een ander merk. De declaratie is daarbij niet aangepast. Niet correct natuurlijk maar om dat nou fraude te noemen? Fraude impliceert in mijn ogen zowel opzet als het doel er zelf beter van te worden en van beide is in dit geval geen sprake. Het ontbreken van opzet blijkt uit de beperkte omvang. Bij structureel anders afleveren zou het bedrag veel hoger zijn geweest. En beter zijn we er ook niet van geworden, mogelijk zelfs minder als het ingekochte en afgeleverde middel duurder was dan het gedeclareerde preferente middel.

In mijn onnozelheid stel ik dan voor dat ik voortaan gewoon declareer wat ik lever en dat als Medische Noodzaak invoer, de patiënt heeft immers medicijnen nodig. Fout! Helemaal fout! Ik krijg een reactie alsof ik heb lopen vloeken in de kerk. Alleen de arts mag MN op het recept zetten, een apotheker mag dat zeker nóóit doen! Daar gaan we ook nog op controleren (u bent vast gewaarschuwd). En als het apotheeksysteem geen andere opties heeft is dat jammer voor de apotheker maar niet het probleem van UVIT.
Ik blijf achter met een ongemakkelijk gevoel. Ik ben van mening dat er geen sprake is van fraude, hooguit van een vergissing. Toch is er in dit proces sprake wel degelijk sprake van fraude, en wel op vrij grote schaal. UVIT heeft alleen de verkeerde aangewezen als schuldige. In mijn ogen is de ware schuldige de leverancier van de preferente middelen die de aangewezen middelen niet kan ophoesten. Door mee te doen aan de aanbesteding verklaart hij namelijk het middel tijdig en in voldoende hoeveelheid te kunnen leveren. Dit is een wezenlijk onderdeel van het hele systeem. Het komt echter steeds weer voor dat er niet geleverd kan worden en dit kan kennelijk zonder dat er een forse sanctie op staat. Op die manier blijft het kennelijk financieel aantrekkelijk voor sommige leveranciers. Hierdoor ontstaat echter een vorm van spelbederf. De partij die niet kan leveren bepaalt de prijs in het cluster en trekt daarmee ook de prijs naar beneden voor leveranciers die wel kunnen leveren. Het zal duidelijk zijn dat het beschikbaar hebben van voldoende voorraad hogere kosten met zich meebrengt dan het dumpen van partijen op de markt en nee verkopen als de partij op is. Dan kun je inderdaad leveren tegen prijzen waar nog geen pakje kauwgom voor te koop is. Er is op deze manier sprake van ernstige concurrentievervalsing waar je kennelijk mee wegkomt. Ik denk dat hier een taak ligt voor de NZA om er enerzijds voor te zorgen dat de markt eerlijk blijft functioneren en anderzijds dat de patient tijdig over de aangewezen middelen kan beschikken. Dat bespaart mijn assistenten dan meteen het risico ongewild een misdadiger te worden. Ze hebben het zonder dat al moeilijk genoeg met het uitleggen waarom het doosje nu weer groen is in plaats van paars.

Auteur: Independiente

© ApothekersNieuws 2010, op dit artikel rust copyright.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *