Aanspraak op vergoeding van Oralgen producten wordt voortgezet

Biofarmaceutische onderneming Fornix BioSciences N.V. (Euronext Amsterdam: AFORBI) maakt bekend dat de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag vandaag in een kort geding tussen Fornix’ Allergiedivisie Artu Biologicals Europe B.V. en de Staat der Nederlanden heeft bepaald dat de vergoeding voor de allergeenproducten Oralgen® Pollen (Oralgen® Graspollen en Oralgen® Boompollen) en Oralgen® Mijten dient te worden voortgezet, totdat onherroepelijk op de registratieaanvragen voor deze producten en de daaropvolgende aanvragen tot opname in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) is beslist.

De aanspraak op vergoeding voor deze producten is gebaseerd op een speciale vergoedingsregeling uit 1993 die inhoudt dat allergenen die vóór 1993 in de handel waren – zoals bij onderhavige producten het geval is – hangende de registratieprocedure voor vergoeding in aanmerking komen.

Aanleiding voor het kort geding was de onduidelijkheid of voor de producten Oralgen® Pollen en Oralgen® Mijten nog aanspraak op vergoeding op grond van de overgangsregeling kon worden gemaakt in het licht van het voornemen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (“VWS”) om het vergoedingssysteem voor allergeenproducten met ingang van 1 juli 2009 te herzien en in overeenstemming te brengen met de Geneesmiddelenwet. Volgens de Haagse Voorzieningenrechter is de Staat gehouden die vergoeding voort te (doen) zetten en daartoe alle nodige maatregelen te nemen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.